‘Moving the Audit Profession Forward – New Research and Best Practices’

Auditkwaliteit vraagt om sectorbreed samenspel
Auditors moeten hun werk beter doen, maar ook de gecontroleerde onderneming en andere spelers in de sector moeten hun verantwoordelijkheid nemen om de auditkwaliteit verder te brengen, zo bleek tijdens de derde conferentie van de Foundation for Auditing Research (FAR). Cultuur en gedrag spelen een belangrijke rol bij kwaliteitsverbetering, net als divers samengestelde teams die psychologische veiligheid en ruimte voor reflectie bieden, ondersteund door positieve prestatieprikkels.

Conferentie video:

 

De timing van de derde internationale conferentie van de Foundation for Auditing Research kon niet beter: nog geen week ervoor publiceerde de Monitoring Commissie Accountancy haar tweede rapport: Doorpakken! De hervormingen in de sector moeten sneller en met meer diepgang worden doorgevoerd, luidt de conclusie van de commissie. Dat creëert momentum voor de presentatie van nieuw wetenschappelijk onderzoek naar het verbeteren van de kwaliteit van audits. Daarbij kan de kruisbestuiving met de praktijk het accountantsberoep verder brengen, zoals ook de congrestitel  aangeeft. ‘We zijn mét elkaar op zoek naar de drijvende krachten van auditkwaliteit’, houdt congresvoorzitter Willem Buijink, hoogleraar Open Universiteit en daarvoor Tilburg University, de  140 congresdeelnemers voor.

Ontslagen wegens materiële onjuistheden
Auditkwaliteit is net zo afhankelijk van de klant als van de accountant, zo blijkt uit het onderzoek van Preeti Choudhary (University of Arizona). Daarin zag de klant in bijna de helft van de gevallen af van aanpassingen in de financiële rapportage die de accountant had voorgesteld. Dat heeft te maken met negatieve prikkels: cfo’s die een materiële zwakte melden, worden twee keer zo vaak ontslagen. Angst voor hun baan kan cfo’s in de verleiding brengen om voorgestelde aanpassingen niet over te nemen. Accountants laten ook regelmatig steken vallen bij de controle, aldus Choudhary: die gemiste kleinere tekortkomingen kunnen later uitgroeien tot een materiële fout. ‘De klant luistert dus niet altijd naar de accountant, terwijl de betrouwbaarheid van de verslaggeving een gedeelde verantwoordelijkheid is’, stelt Olof Bik, associate professor Nyenrode Business Universiteit en lid dagelijks bestuur FAR. ‘Zou het helpen om niet-overgenomen aanpassingen door de klant aan de markt te melden?’, vraagt een andere congresdeelnemer. Choudhary: ‘Dat zou meer druk leggen bij de klant om zorgvuldig met aanpassingen om te gaan.’ Egbert Eeftink (Head of Audit KPMG, hoogleraar VU en bestuurslid FAR) wijst op het belang van een indringend gesprek van de accountant met de cfo: ‘Door fouten niet aan te passen, wordt het risicoprofiel steeds hoger en loopt de emmer over.’

Lerende cultuur
Dat sluit mooi aan op het onderzoek van Wim Gijselaers, Therese Grohnert en Roger Meuwissen (Maastricht University) naar het creëren van een lerende cultuur in auditteams. Het belangrijkst daarvoor: reflectie, informatie delen en constructief conflict. Er moet dus frictie zijn, die mag alleen niet leiden tot negatieve emoties en defensief gedrag. Grohnert: ‘Kijk naar de luchtvaart.  Als piloten niet met elkaar van mening durven verschillen, is er een grotere kans dat het vliegtuig niet veilig de bestemming bereikt.’ Sterk leiderschap is cruciaal voor het scheppen van een lerende teamcultuur. Juniors hebben behoefte aan psychologische veiligheid. Die vinden ze vooral bij managers en niet bij seniors, want die denken dat vooral informatie delen belangrijk is. Partners moeten zorgen voor de juiste toon aan de top en waarden expliciteren. ‘Dat is vooral belangrijk in het begín van een controleopdracht’, aldus Grohnert. Tijdens het controleproces worden managers en seniors belangrijker voor succes van het team. ‘In de verschillende stadia is dus ander leiderschap nodig’, stelt Gijselaers.

Grijze haren nog steeds cruciaal
Voldoende ervaring in het team is dus van groot belang: zowel voor de kwaliteitsborging tijdens het controleproces, als voor de vorming van jonge generaties professionals.  De opbouw van die ervaring komt echter steeds meer in het gedrang: . door standaardisering en regeldruk beweegt de accountancysector zich steeds meer richting procedures en efficiency, aldus EY- en FAR-bestuurder Nico Pul. Terwijl professionals zich tijdens hun carrière juist de ándere kant op willen bewegen: van standaardkennis naar leerervaringen, eigen oordeelsvorming en oplossend vermogen. Er is dus een mismatch tussen de ontwikkelingsrichting van de accountantssector en die van het talent dat de kwaliteitsslag moet helpen maken, signaleert Pul. Die mismatch zal zich ook in de toekomst doen voelen. Kunstmatige intelligentie zal de accountant nooit helemaal kunnen vervangen, stelt Pul, professional judgment blijft belangrijk. ‘Ervaring, het hebben van ‘grijze haren’, blijft dus een cruciaal onderdeel van het vak.’

Stroeve relatie
Bij mondiale audits speelt naast ervaring een goede onderlinge samenwerking een belangrijke rol: tussen de group auditor en de component auditor (lokale accountants die de controle van buitenlandse bedrijfsonderdelen uitvoeren). De kwaliteit van deze group audits laat vaak tekortkomingen zien. Het onderzoeksteam van Anna Gold [1] (Vrije Universiteit) inventariseerde welke problemen component auditors in de praktijk ervaren. De voorlopige resultaten geven inzicht in een stroeve relatie: component auditors hebben behoefte aan meer betrokkenheid, coördinatie en communicatie van de group auditor. Het gebrek daaraan doet zich voelen in alle fasen van de controleopdracht: van personele bezetting en de planning tot veldwerk, review en afrondende rapportage.

[1] Mede-onderzoekers van Anna Gold bij dit project zijn Denise Downey (Villanova University) en Andrew Trotman (Northeastern University).

Incentives voor sterren
Olof Bik en Cambridge-hoogleraar Jan Bouwens onderzoeken hoe accountantsorganisaties sturen op auditkwaliteit met behulp van prestatie- en beloningssystemen. Sommige accountantsfirma’s belonen alle partners gelijk, andere firma’s kiezen voor individuele, prestatieafhankelijke beloning, deels gebaseerd op kwaliteit. De meningen in de zaal hierover blijken verdeeld. Een voorstander van prestatiebeloning: ‘Je hebt incentives nodig voor de sterren in je organisatie.’ Een andere deelnemer: ‘Maar als je alleen individueel beloont, helpen mensen hun collega’s niet meer.’ Een voorstander van gelijke beloning wijst erop dat individuele performance zich lastig laat meten. Het leidt tot een discussie over de kernvraag: hoe definieer je auditkwaliteit? Bik: ‘Op die vraag hebben we nog steeds geen antwoord. Moet je kwaliteit dan wel opnemen in de prestatie- en beloningssystemen? Betekent een bonus voor auditkwaliteit niet dat het leveren van kwaliteit van “optie” is, in plaats van een vanzelfsprekendheid?’

‘Niemand zit te wachten op een 10’
In de aansluitende paneldiscussie is een rode draad aan te wijzen: samenwerking. Allereerst in de professie zelf. ‘Bij het overbruggen van de verwachtingskloof tussen accountants en maatschappij moeten alle partijen in de sector hun verantwoordelijkheid nemen’, aldus Monique van Dijken Eeuwijk, advocaat bij NautaDutilh: niet alleen de accountant, maar ook de klant, auditcommissie, raad van commissarissen en toezichthouder. Anneke van Zanen, onlangs benoemd tot ceo van Baker Tilly Berk: ‘Accountants werken al hard om de kwaliteit van de huidige 7 naar een 8 te krijgen. Op een 10 zit niemand te wachten. Dan zou de accountantscontrole veel te duur worden.’ Ook in auditteams is samenwerking cruciaal en bepalend voor de controlekwaliteit.

Diversiteit in rol
Van Zanen is bij BTB de enige vrouw tussen 43 mannelijke partners. De discussie komt op het belang van diversiteit. Marleen Willekens, hoogleraar KU Leuven, schetst twee dimensies zijn van diversiteit: aan de oppervlakte gaat het om verschillen tussen sekse, leeftijd, etniciteit of achtergrond, maar daaronder schuilt een diversiteit naar rol, kennis en kunde met de bijbehorende groepsdynamiek en pikorde. ‘Mensen uit andere disciplines bijvoorbeeld worden soms gezien als buitenstaanders. Er is dus ook een downside aan diversiteit.’ Teamdynamiek en diversiteit vormen ook een van de tien drivers voor auditkwaliteit, die de NBA onlangs presenteerde. Elke driver heeft een positieve en een negatieve kant, aldus Marco van der Vegte (lid bestuur NBA). ‘Een stabiel team is belangrijk, maar vers bloed kan ook een kwaliteitsimpuls geven.’ De factoren staan niet op zich, het gaat om het samenspel. ‘Discussieer erover met elkaar.’

Spiegel voorhouden
De aftrap voor de tweede congresdag wordt genomen door Peter Hopstaken, Head of Audit Mazars. Hij benadrukt het belang van objectief en onafhankelijk onderzoek als antwoord op maatschappelijk wantrouwen. ‘Het houdt de sector een spiegel voor, maar geeft stakeholders ook inzicht in hoe de sector aan kwaliteitsverbetering werkt, aan de hand van data van accountantsorganisaties zélf.’ Hopstaken pleit daarnaast voor meer onderzoek naar de auditpraktijk in het midden- en kleinbedrijf: ‘Veel onderzoek richt zich op beursgenoteerde ondernemingen, terwijl het maatschappelijk en economisch belang van het niet-beursgenoteerde bedrijfsleven ook groot is. Dat rechtvaardigt meer onderzoek naar het belang en de kwaliteit van accountantscontrole in deze sectoren.’

Andere audits in mkb?
Het onderzoek van Jeroen Suijs [1] (Erasmus Universiteit Rotterdam) is daarvan een voorbeeld. Zijn onderzoek – waarmee hij dit jaar in FAR-verband start – wil antwoord geven op de vraag of specifieke auditstandaarden voor de accountantscontrole in het mkb gerechtvaardigd zijn, of dat de regels gelijkgetrokken kunnen worden met de audits van beursgenoteerde ondernemingen. ‘Doen accountants verschillende audits bij verschillende bedrijven, of zijn audits in de praktijk hetzelfde, ongeacht de sector?’ schetst Suijs zijn onderzoekvraag. Hij maakt onderscheid tussen de interne en externe vraag bij audits. Bij de interne vraag creëert de controle waarde voor interne stakeholders: input voor verbetering van businessprocessen. Bij de externe vraag creëert de controle waarde voor externe stakeholders: assurance dat de verslaggeving klopt. In het mkb is de interne vraag niet zelden belangrijker dan de externe, bij beursgenoteerde ondernemingen is dat andersom. Suijs onderzoekt of dat verschil bij accountants leidt tot een verschillende controle-aanpak, fee-vorming, inzet van medewerkers en auditkwaliteit.

[1] Mede-onderzoekers van Jeroen Suijs op dit project zijn Mahmoud Gad (Lancaster University) en Robin Litjens (Universiteit van Tilburg).

Fraud officer?
Het onderzoek van Mark Peecher [1] (University of Illinois) richt zich juist op beursgenoteerde ondernemingen. Volgens Peecher kunnen accountants vroegtijdig fraude opsporen door alertheid op verborgen signalen – zoals woordgebruik en stemfluctuatie – tijdens earnings calls: conference calls van het management met analisten en media over de bedrijfsresultaten. Hij toont een analyse van een earnings call van Lehman Brothers, acht dagen voor het bankroet. Bij het debiteren van onwaarheden veranderde de intonatie in de stem van de ceo. Peecher ontdekte dat je (ervaren) accountants kunt leren om bedrog te ontdekken door ze te wijzen op signalen van negatieve emotie in narratieve communicatie van managers. Zonder instructie, ontdekte slechts 43% van de accountants de fraude, tegenover 70% mét instructie. Een veldexperiment in FAR-verband moet aantonen of ook onervaren auditors dit kunnen leren. Mensen tussen de twintig en veertig en boven de zestig kunnen minder goed emoties herkennen, zo blijkt bij medische professionals. ‘Juniors en partners zijn dus wellicht minder goed in het opsporen van fraude’, aldus Peecher. Overigens ligt hier ook een verantwoordelijkheid voor de opdrachtgever, vindt Michael de Ridder, CFO/COO PwC en penningmeester FAR: ‘Elk bedrijf zou een fraud officer moeten krijgen.’ Peecher knikt: ‘De cliënt kan een bondgenoot van de accountant zijn.

[1] Mede-onderzoekers van Mark Peecher voor dit project zijn Jessen L. Hobson en Devin Wilson (beiden ook aan de Universiteit van Illinois) en Sebastian Stirnkorb (Rotterdam School of Management).

Hoe groot is de prijselasticiteit?
Ook in de accountancymarkt gelden de wetten van vraag en aanbod. Dat marktmechanisme vormt het studieobject van Joseph Gerakos [1] (Dartmouth College). Volgens hem wordt er te weinig onderzoek gedaan naar auditkwaliteit vanuit deze economische invalshoek. ‘Terwijl je eerst moet nadenken over de markt en het ‘productieproces’ van accountantsorganisaties voor je een goede discussie over auditkwaliteit kunt voeren.’ Zijn onderzoeksthema’s aan de vraagzijde: hoe concurrerend is de accountancymarkt, hoe groot is de prijselasticiteit en hoe zouden auditfirms reageren op marktverstoring, zoals het wegvallen van een Big4-firma, of verplichte roulatie van de accountant? Bij roulatie na zeven tot tien jaar is er een groot effect op bezetting, teamstructuur en training van medewerkers, zo blijkt uit reacties in de zaal. De onderzoeksthema’s van Gerakos aan de aanbodzijde: hoe efficiënt zijn audits, zijn er schaalvoordelen en: wat zou het effect zijn van een gedwongen opsplitsing van de accountantsorganisatie door scheiding van controle en advies of een nieuwe toetreder op de markt?

[1] Mede-onderzoekers van Joseph Gerakos bij dit project zijn Chad Syverson (Booth School of Business University of Chicago and NBER) en Ulrike Thürheimer (Universiteit van Maastricht).

Verbetertrend zwakt af
De visie van de toezichthouder op auditkwaliteit komt aan bod in de bijdrage van Janine van Diggelen (tot vorig jaar voorzitter van mondiale toezichthouder IFIAR (International Forum of Independent Audit Regulators en AFM). Quality first, houdt ze het congrespubliek voor. Maar ook: ‘De ingezette kwaliteitsverbetering is zeker zichtbaar, maar verliest tempo.’ De veranderprogramma’s pakken de onderliggende oorzaken van het probleem onvoldoende aan, volgens Van Diggelen. Ze geeft drie adviezen. Allereerst: kijk niet alleen naar auditdossiers, maar naar de systeemvraagstukken van de partnerstructuur. Twee: focus op verandering van cultuur en gedrag. ‘Wordt de toon aan de top ook in de praktijk doorleefd: practice what you preach? Haar derde advies: beter projectmanagement en een veilige leeromgeving in plaats van een angstcultuur. Henriëtte Prast (hoogleraar Tilburg University en FAR-voorzitter) deelt twee observaties bij de inleiding van Van Diggelen. De eerste: ‘Het woord ‘cliënt’ kwam niet voor in het verhaal. Dat is mooi, want uiteindelijk moet kwaliteitsverbetering zich richten op de maatschappij als belangrijkste stakeholder.’ De tweede observatie: ‘Je stelde ook dat aandeelhouders en auditcommissies via de selectie, benoeming en evaluatie van accountants stimuleren dat er wordt geconcurreerd op kwaliteit in plaats van op prijs. Ook dat is een mooi uitgangspunt.’

Evidence-based aanpak
Steven Salterio [1] (Queens University, Canada) signaleert een kenniskloof tussen wetenschappers en praktijkmensen. Wetenschappelijk onderzoek is sticky, aldus Salterio: de ontvanger moet de gegevens eerst naar de praktijk vertalen. Op hun beurt besteden academici slechts twintig procent van hun tijd aan die vertaling. ‘Wetenschap en praktijk moeten dezelfde taal leren spreken’, aldus Salterio. De professie hoeft daarvoor slechts te kijken naar de evidence-based benadering in de medische wetenschap. Daar zijn praktijkcommissies betrokken bij de formulering van onderzoeksvraag en methodologie en wordt systematisch verzameld bewijs vertaald in concrete aanbevelingen. Salterio pleit ook in het accountantsberoep voor een nieuwe benadering van onderzoek: meer contact tussen zender en ontvanger, meer onderzoek ‘op bestelling’, meer synthese van onderzoeksmateriaal voor een brede bewijsvoering en meer alternatieve bronnen.

[1] Co-auteurs in het team van Steven Salterio zijn: Kris Hoang (University of Alabama), Jim Sylph (Ewing Consulting) en Yi Luo (Queen’s University).

Samenwerking krijgt vleugels
‘Hebben we het vak in beweging gebracht?’, luidt de vraag van Bert Albers, managing partner van Deloitte Nederland en FAR-bestuurder, tijdens de wrap-up. Het antwoord is volgens hem volmondig ja. De prille relatie tussen praktijkmensen en wetenschappers krijgt vleugels. ‘We zijn er nog niet, maar we boeken grote voortgang. Er is iets moois aan het opbloeien.’

 
 
 

Share This